Het elektriciteitsnetwerk bestaat uit een transport- en een distributienet

Het elektriciteitssysteem in Nederland bestaat uit verschillende onderdelen: elektriciteitscentrales, het transportnet en het distributienet.

Centrales

In de centrales wordt elektriciteit opgewekt. De centrales staan verspreid door het land vooral op plaatsen met zeehavens (Eemshaven, Borssele, Maasvlakte). De grootste producenten in Nederland zijn oa.NUON, Essent, Electrabel, Intergen, Delta en E.ON.
Behalve grote centrales zijn er ook steeds meer kleinere duurzame bronnen waar elektrciteit wordt opgewekt (windparken, biovergisting, warmtekrachtkoppeling et cetera) Ook deze stroom wordt door het transportnet naar de gebruikers gebracht.

Wat is het transportnet?

Het transportnet is nodig om elektriciteit te transporteren van die elektriciteitscentrales naar de gebieden waar het verbruikt wordt. Voor het transport van grote hoeveelheden elektriciteit wordt hoogspanning gebruikt.  De 220 kV en 380 kV verbindingen vormen samen het hoofdtransportnet. Deze verbindingen dienen als snelweg voor stroomtransport. Ze zijn bestemd voor grootschalig bovenregionaal transport. De onderliggende 110 en 150 kV netten zijn te vergelijken met provinciale wegen; ze zorgen voor de regionale verspreiding van elektriciteit. TenneT is verantwoordelijk voor het beheer van het gehele transportnet van 380 kV tot 110 kV.

Wat is het distributienet?

Regionale netbeheerders als Enexis, Liander en Stedin zijn verantwoordelijk voor het elektriciteitstransport op spanningsniveaus lager dan 110 kV. Dit is het distributienet waarop huishoudens en bedrijven zijn aangesloten. Voordat de stroom uit het stopcontact komt, wordt de spanning teruggebracht naar 230 Volt. Dat gebeurt via transformatorstations.

Wat zit er allemaal in een verbinding?

Een hoogspanningsverbinding bestaat uit verschillende onderdelen: hoogspanningsstations, masten, isolatoren, geleiders voor stroom en bliksemdraden.

Lees meer...

Hoogspanningsstation

Een hoogspanningsstation zorgt ervoor dat elektriciteit wordt omgezet van een lager naar een hoger voltage en omgekeerd. Een hoogspanningsstation is een van de schakels in het landelijke transportnetwerk.

De masten …

Hoewel deze masten er van een afstandje allemaal ongeveer hetzelfde uitzien, hebben ze niet allemaal dezelfde functie. Er zijn masten voor als een verbinding een hoek maakt en gewone masten voor de  rechte stukken. De masten staan gemiddeld zo’n 350 tot 400 meter uit elkaar en zijn gemiddeld ongeveer 60 meter hoog. Hoe hoog masten precies zijn en hoe ver ze uit elkaar staan, hangt ook van de lokale situatie af. Zo moeten masten aan de kant van een rivier vaak hoger zijn, zodat schepen onder de verbinding door kunnen blijven varen. Daar waar de verbinding wordt gebouwd naast de bestaande 380 kV verbinding lopen de masten van de nieuwe en de bestaande verbinding in principe in de pas met de masten van de bestaande verbinding. Dat betekent dat de masten zoveel mogelijk naast elkaar geplaatst worden.

… en wat erin hangt

De masten dragen de geleiders waardoor stroom loopt. Deze geleiders zitten met zogenaamde isolatoren vast aan de mast. Bovenaan de masten zijn één of twee dunnere draden gemonteerd. Dit zijn bliksemdraden. Via deze draden wordt een eventuele blikseminslag naar de grond afgevoerd. Vanwege het enorme economische belang van ongestoorde elektriciteitsvoorziening is TenneT wettelijk verplicht om hoogspanningsverbindingen 'dubbel' uit te voeren. Zo is er ook stroom in geval van een storing of onderhoud.