Ontwikkeling van het tracé

Het bepalen waar een nieuwe verbinding komt, heet traceren of tracéontwikkeling. Traceren is de kunst van het zorgvuldig ontwerpen van een verbinding door zo goed mogelijk met alle belangrijke factoren rekening te houden.

Traceren aan de hand van uitgangspunten

In haar beleid heeft de overheid een aantal uitgangspunten bepaald. Daarnaast heeft TenneT een aantal technische uitgangspunten vastgesteld die als kader dienen voor het ontwikkelen van een nieuwe verbinding. Op basis van deze uitgangspunten is een aantal tracé-alternatieven vastgesteld. 

De ministers stellen deze tracéalternatieven vast. Daarna starten de onderzoeken die de basis vormen voor het Milieueffectrapport (MER). Met deze onderzoeken worden de effecten van de nieuwe verbinding op het milieu onderzocht. Het gaat hierbij om de thema’s landschap, leefomgeving, natuur, archeologie, bodem en water.

Onderdeel van dit onderzoek is het bepalen van het Meest Milieuvriendelijke alternatief (MMA). Bij het bepalen van het MMA spelen alleen milieuaspecten een rol. Andere aspecten zoals kosten en techniek zijn voor het MMA niet van belang. Het MMA vormt de basis bij het maken van de keuze voor het voorgenomen tracé. Afwijken mag maar daar moeten goede redenen voor zijn. De ministers van EL&I en IenM bepalen het voorgenomen tracé. Hierbij houden ze ook rekening met techniek, kosten en draagvlak.

De volgende uitgangspunten worden gehanteerd

Uitgangspunten overheid

Combineren - Bundelen - Bovengronds - Magneetvelden

Lees meer...

Combineren: Nieuwe doorsnijdingen met het landschap worden zoveel mogelijk voorkomen. Waar mogelijk en zinvol worden nieuwe hoogspanningsverbindingen met bestaande verbindingen in één mast gecombineerd. Na de aanleg kan de bestaande verbinding dan worden verwijderd.

Bundelen: Wanneer combineren niet kan, wordt de nieuwe verbinding, waar mogelijk en zinvol, naast bestaande hoogspanningsverbindingen of andere infrastructuur (snelwegen, spoorlijnen) neergezet.

Bovengronds: Nieuwe hoogspanningsverbindingen van 380 kV worden in principe bovengronds aangelegd. 

Hoogspanningsverbindingen van 150 kV en lager kunnen ondergronds worden aangelegd. Hier is al veel ervaring mee en het ondergronds brengen van verbindingen van 150 kV of lager, leidt niet tot problemen met de leveringszekerheid.

Voor verbindingen van 220 en 380 kV ligt het wat gecompliceerder. Dit is nog erg nieuwe technologie, waarvan TenneT nog niet zeker weet of dit tot extra storingen zal leiden. Wel wil TenneT expertise opdoen met kabels van 380 kV. In 2008 is daarom besloten in de Randstad een deel van het tracé ondergronds aan te leggen. Nergens ter wereld is meer dan 20 km van een dergelijke kabel met een zo hoog voltage ondergronds aangelegd. Er zijn daardoor weinig gegevens bekend over hoe deze ondergrondse kabels zich gedragen. In verband met de leveringszekerheid wordt het op dit moment niet verstandig geacht om een met langere lengten te gaan experimenteren voordat duidelijk is hoe het met de 20 km gaat. TenneT voert daarom samen met de TU Delft een studie uit, om de gevolgen van de kabel op het elektriciteitsnetwerk in Nederland nauwkeurig te kunnen meten. De eerste resultaten van dit onderzoek zijn rond 2016 bekend. Op basis van de bevindingen wordt een beslissing genomen of hoogspanningsverbindingen van 220 en 380 kV in de toekomst na 2016 vaker ondergronds kunnen worden aangelegd. Tot die tijd worden alle hoogspanningsverbindingen in Nederland bovengronds aangelegd.

Magneetvelden: Zoveel als redelijkerwijs mogelijk vermijden dat in nieuwe situatie gevoelige bestemmingen (huizen, scholen, kinderdagverblijven) binnen de magneetveldzone komen te liggen (voorzorgsbeginsel van het Ministerie van IenM uit 2005).

Ruimtelijke uitgangspunten

Landschap - Ruimtegebruik - Natuur - Archeologie

Lees meer...

Landschap: Er wordt rekening gehouden met de landschappelijke structuur. Het streven is om de verbinding zo recht mogelijk te laten lopen (zogenaamde rechtstand). De verbinding wordt daarbij zo goed mogelijk in het landschap ingepast, zodat deze aansluit bij patronen en structuren (zoals wegen, rivieren) in het landschap. De hoogspanningsverbinding heeft echt ook een eigen 'identiteit'. Die kun je niet en moet je niet willen wegstoppen.
Ruimtegebruik: Bij het ontwikkelen van het tracé wordt, indien mogelijk, zoveel mogelijk afstand tot bebouwing gehouden. Ook wordt gelet op plaatsen waar ontwikkelingen gepland staan; bijvoorbeeld nieuwbouwwijken, bedrijventerreinen of (spoor)wegen.
Natuur: Belangrijke natuurgebieden zoals Natura 2000-gebieden en Ecologische Hoofdstructuur, worden zo min mogelijk doorkruist.    Archeologie: er wordt rekening gehouden met belangrijke archeologische vindplaatsen. 


Nettechnische uitgangspunten

Aanleg - Wisselstroom - Betrouwbaar en robuust - Toekomstvastheid -Bovengronds

Lees meer...

Aanleg: Er moet voldoende bouwruimte beschikbaar zijn. Daarnaast moet de bestaande verbinding tijdens de aanleg in bedrijf blijven. Er wordt dus eerst een nieuwe verbinding gebouwd voordat de bestaande verbinding wordt afgebroken. Het is daarom in principe niet mogelijk om de nieuwe verbinding op exact dezelfde plaats neer te zetten als de bestaande.
Wisselstroom: De nieuwe verbinding wordt bedreven op wisselstroom.
Betrouwbaar en robuust hoogspanningsnet: Er moet altijd voldoende transportcapaciteit beschikbaar zijn, ook tijdens een storing of onderhoud. Daarom worden nieuwe verbindingen zoveel mogelijk in ringstructuren gerealiseerd. Als een verbinding uitvalt kan de elektriciteit via een andere route worden getransporteerd.
Toekomstvastheid: De verbinding wordt ook gebouwd met het oog op de toekomst. De nieuwe verbinding is daarom ook geschikt voor toekomstige groei in elektriciteitsproductie en voor groei in lokaal opgewekte elektriciteit. Bovengronds: De nieuwe verbinding wordt in principe bovengronds aangelegd. Het ondergronds aanleggen over grote afstanden van 380 kV- verbindingen levert op dit moment te veel risico's op ten aanzien van de leveringszekerheid. Bovendien zijn de kosten ervan erg hoog.

Verder wordt rekening gehouden met

Kosten - Draagvlak

Lees meer...

Kosten: Kosten zijn een belangrijk criterium omdat het project wordt verrekend in de elektriciteitsrekening. Er wordt daarom een zorgvuldige afweging gemaakt tussen technische en maatschappelijke wensen, milieuaspecten en kosten.
Draagvlak: Vanaf het begin van het project is met de omgeving gesproken over de ontwikkeling van de verbinding. Met name met regionale en lokale overheden, maar ook met belangenorganisaties. Er wordt uiteindelijk voor een oplossing gekozen waarbij een afweging wordt gemaakt tussen alle bovenstaande aspecten.